Examinatorisch
Ik zit met een stapeltje papier op een stoel in de gang. Mijn rechterbeen wipt ononderbroken op en neer. Ik probeer het schema in mijn handen nog eens te overlezen, maar zie niet veel meer dan een zwarte brij voor mijn ogen. Misschien had ik maar vroeger moeten gaan slapen, of nog wat meer koffie moeten drinken. Daar is het nu te laat voor. Achter de deur hoor ik gedempte stemmen. Ik kijk op mijn gsm en zie dat mij nog 5 minuten, ofwel een slordige 300 seconden resten.
‘Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendia denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs.’
Die zin won enkele weken geleden de prijs voor mooiste openingszin in de wereldliteratuur. Ik probeer me te herinneren uit welk boek van Márquez hij ook alweer kwam, maar op dit moment herinner ik me met moeite mijn eigen naam.
Plots gaat de deur open. D. wenst me nog snel succes, en uit haar blik probeer ik op te maken hoe het geweest is. Zie ik opluchting of trauma? Ik weet het niet.
Prof. P. wenkt me naar zijn vuurpeloton, en ik vraag me af hoe ik dit zal doen met de droogste keel die ik ooit heb gehad.
Uiteindelijk is het mondeling examen redelijk goed afgelopen, denk ik. Maar van de 56 jaar die ik volgens het gemiddelde nog te leven zou hebben, blijven er na die paar minuten misschien nog 50 over.
Oja, en ‘Honderd jaar eenzaamheid’ natuurlijk. Een boek waar ik overigens al jaren eens aan moet beginnen, en hopelijk raak ik deze keer verder dan de openingszin.