Confessions of a Spectorolic
Misschien is het omdat ik eindelijk eens in een degelijke hoofdtelefoon heb geïnvesteerd, maar de zomer van 2010 was er voor mij eentje stampvol goeie platen. ‘High Violet’ van The National staat op eenzame hoogte als meest gedraaid album van de laatste maanden, maar ook The Gaslight Anthem, eels, Grinderman, How To Destroy Angels, Arcade Fire, Villagers, Bruce Springsteen en zelfs de heruitgave van Bowie’s ‘Station to Station’ (niet te missen!) schalden hier maar al te vaak door de Sennheisers.
Maar als er een trend op te merken is doorheen ‘mijn’ licht alternatief muzieklandschap, is het wel dat Phil Spector helemaal terug lijkt te zijn. Niet letterlijk, natuurlijk. De man zit momenteel een gevangenisstraf van 19 jaar uit wegens de moord op actrice Lana Clarkson, en lijkt nu dus niet alleen meer qua uiterlijk op Sideshow Bob. Maar zijn belangrijkste wapenfeiten, met name zijn werk met de typische girl groups van de jaren ’60, lijken dezer dagen weer alomtegenwoordig. Baanbrekend was wat hij met het geluid van pakweg The Crystals deed (heel bekend is het meesterlijke ‘Da Doo Ron Ron’), of met The Ronettes van op de foto. Hij zette een ‘wall of sound’ op, die zo mooi als een organisch geheel klinkt dat je al een heel goed gehoor moet hebben om alle afzonderlijke instrumenten te kunnen onderscheiden.
De onmiskenbare sixtiesrevival (grotendeels courtesy of ‘Mad Men’) die tegenwoordig op veel plaatsen welig tiert, heeft dus ook de popmuziek bereikt. Er is natuurlijk Eliza Doolittle, wiens artiestennaam zelfs een duidelijke verwijzing naar het Audrey Hepburn-tijdperk is. Best Coast doet ook niet veel moeite om de inspiratiebron te verbergen. De meerwaardezoeker luistert naar de Dum Dum Girls . En de meest recente Spector-adept is natuurlijk Allo Darlin’, die vooral met ‘Woody Allen’ een geweldig nummer vast hebben. Al is gewoon verwijzen naar Woody Allen, Ingmar Bergman en Max Von Sydow in een popliedje vaak al genoeg om mij te charmeren. Hoe zwak is het vlees.
Maar als ik er even de toplijsten van mijn iTunes bij haal, staat daar een jonge Londense bovenaan – net onder The National, natuurlijk. Het drie jaar geleden verschenen debuut van Kate Nash had al enkele geweldige popnummers, maar op ‘My Best Friend is You’ trekt ze bij momenten helemaal de kaart van de Spector-sound. Een perfect album is het helemaal niet, daarvoor bevat het net iets te veel ergerlijke gilmomenten en dezelfde flauwe intermezzo’s waar ook ‘Made of Bricks’ onder kreunde. Anno 2010 kunnen we die gelukkig gewoon weglaten, en houden we enkele ongelofelijk verslavende zomerbriesjes over.
Belangrijkste bewijsstuk: eerste single ‘Do-wah-doo’. De sfeer komt zo uit een sigarettenreclame van 45 jaar geleden, toen saffen dezelfde status hadden als Cola Light nu: af en toe zegt er wel eens iemand dat je er kanker van krijgt, maar dat zijn meestal mensen die gewoon niet snappen hoe lekker het wel niet is. Zou nog een mooie sticker zijn voor op het doosje: ‘Kate Nash: gezonder dan aspartaam maar even zoet!’. Ach, zolang ze platen als ‘My Best Friend is You’ opleveren en de Mad Men-vrouwen wekelijks op tv blijven verschijnen, mogen de sixties wat mij betreft nog heel lang hip blijven. Op voorwaarde dat de jaren ’70, ’80 en ’90 daarna mooi worden overgeslagen, natuurlijk.
Zo. En binnenkort schrijf ik wel eens over een band die minder dan honderd fans heeft op Facebook. Penitentie, dat spreekt.